ECLI:NL:CBB:2025:378
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invordering verbeurde dwangsom wegens taxivervoer zonder vergunning
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat legde op 31 augustus 2021 een last onder dwangsom op aan [naam 1] wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning, met een dwangsom van €10.000 per overtreding tot maximaal €40.000. Na overtreding op 28 juni 2022 nam de staatssecretaris een invorderingsbesluit tot betaling van €10.000, dat later werd verhoogd tot €12.532,11 door deurwaarderskosten.
[naam 1] stelde dat hij vanwege beslaglegging op zijn uitkering en zijn geringe financiële draagkracht niet in staat was het volledige bedrag te betalen en verzocht om matiging van het invorderingsbedrag. De staatssecretaris wees dit af, stellende dat het belang van invordering zwaarwegend is en alleen bij bijzondere omstandigheden matiging mogelijk is.
Het College oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Vast staat dat [naam 1] via toeslagen zijn inkomen kan aanvullen en dat hij de mogelijkheid had om een betalingsregeling te treffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] tegen het invorderingsbesluit van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard.