ECLI:NL:CBB:2025:254
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving schorsing bestuurder VvE wegens gerede twijfel over rechtsgeldigheid besluit
De Kamer van Koophandel (KvK) weigerde de inschrijving van de schorsing van een bestuurder van een Vereniging van Eigenaars (VvE) omdat geen rechtsgeldig besluit tot schorsing of op non-actiefstelling was gebleken. De weigering werd gehandhaafd na bezwaar, waarna beroep werd ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het geschil draaide om de vraag of de KvK terecht gerede twijfel had over de juistheid van de opgave tot inschrijving van de schorsing met terugwerkende kracht. De KvK baseerde haar oordeel mede op een beschikking van de kantonrechter die eerdere besluiten tot ontslag van de bestuurder vernietigde, en op een beslissing van het gerechtshof die deze vernietiging bekrachtigde.
De appellant stelde dat op grond van artikel 5:133 lid 2 BW Pro hij als voorzitter bevoegd was om als vervanger op te treden en daarmee de bestuurder op non-actief te stellen. Het College volgde dit niet, mede omdat het gerechtshof had geoordeeld dat de voorzitter niet bevoegd was het bestuur te vertegenwoordigen in deze situatie.
Het College concludeerde dat de KvK voldoende onderzoek had gedaan en op goede gronden gerede twijfel had over de juistheid van de opgave. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van inschrijving bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de inschrijving van de schorsing van de bestuurder is geweigerd.