ECLI:NL:CBB:2025:246
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens dierenwelzijnsoverschrijding bij pluimveetransport
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening door een pluimveetransporteur tegen een last onder dwangsom opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De last is opgelegd vanwege overtredingen van de Transportverordening (EG) nr. 1/2005, waarbij kuikens tijdens transport met hun vleugel of kop beklemd zaten in containerladen, wat leidt tot lichamelijk letsel en onnodig lijden.
Toezichthouders van de NVWA constateerden meerdere malen in 2024 dat de beklemmingen zichtbaar waren en door de chauffeur hadden kunnen worden opgemerkt en verholpen. De transporteur stelde dat de beklemmingen waren veroorzaakt door vangploegen en dat de containers aan de algemene eisen voldeden, maar dit werd door de voorzieningenrechter verworpen. De minister legde een last onder dwangsom op met een maximale dwangsom van €100.000 om herhaling te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening onvoldoende gegrond was. De overtredingen waren aannemelijk en de minister handelde binnen zijn bevoegdheid. De hoogte van de dwangsom was proportioneel en het verzoek om een begunstigingstermijn werd afgewezen omdat de last gericht is op het voorkomen van herhaling. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en liet de last onder dwangsom in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen en het handhavingsbesluit blijft in stand.