In deze bestuursrechtelijke procedure was het beroep van een onderneming gericht tegen een besluit van de minister inzake een TVL-subsidie voor Q1 2021. Het beroep werd ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het vaststellingsbesluit.
Naar aanleiding van een herzieningsbesluit van de minister dat het bezwaar volledig tegemoet kwam, heeft de onderneming haar belang bij verdere behandeling van het beroep verloren. Het College verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelde alleen de gevraagde vergoedingen.
Het College kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, wees een integrale proceskostenvergoeding in bezwaar af wegens ontbreken van een verzoek in bezwaar, en kende een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het griffierecht aan de onderneming vergoed. De vergoeding van wettelijke rente werd niet toegewezen omdat dit bij beschikking moet worden vastgesteld.