Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2025:212

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
24/570
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht

De ondernemer heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 3 december 2024, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.

In het verzet is vastgesteld dat de ondernemer niet daadwerkelijk in verzuim is geweest met de betaling van het griffierecht. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard en komt de eerdere uitspraak te vervallen.

Het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond vóór de niet-ontvankelijkverklaring. De minister wordt niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 1 april 2025.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/570

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 op het verzet van

[naam] , te [woonplaats] (de ondernemer)

Procesverloop

De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 3 december 2024.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van
3 december 2024 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College:
- verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van
mr. S. van Noordt, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 1 april 2025.
w.g. M. Schoneveld w.g. S. van Noordt