ECLI:NL:CBB:2025:100
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen waarschuwing GLB en vaststelling subsidiabele hectares ongegrond en niet-ontvankelijk verklaard
De landbouwer heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In zaak 23/821 betrof het beroep een waarschuwing wegens niet tijdig registreren van vermiste runderen, nadat een eerder opgelegde randvoorwaardenkorting was herroepen. Het College oordeelt dat de waarschuwing geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze geen rechtsgevolg heeft en geen wettelijke basis kent. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk.
In zaak 23/1206 betrof het beroep de vaststelling van de uitbetaling van de basis- en vergroeningsbetaling, waarbij de minister stroken van twee percelen als niet-subsidiabele landbouwgrond had aangemerkt vanwege verruiging. De landbouwer voerde aan dat de minister onzorgvuldig had gehandeld en dat de stroken wel subsidiabel waren. Het College oordeelt dat de minister terecht de stroken heeft afgekeurd op basis van luchtfoto’s die een afwijkende vegetatie tonen, en dat de landbouwer onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de stroken meer dan 50% grassen en kruidachtige voedergewassen bevatten.
Het beroep tegen deze vaststelling is daarom ongegrond. Beide besluiten zijn in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Beroep tegen waarschuwing niet-ontvankelijk, beroep tegen vaststelling subsidiabele hectares ongegrond.