Het college van burgemeester en wethouders van Breda trok op 15 november 2023 de KTB-vergunning van de taxichauffeur in vanwege het ontbreken van een verplichte sticker op het daklicht van zijn taxi, wat volgens het handhavingsbeleid de derde overtreding betrof. De voorzieningenrechter schortte dit besluit op 11 december 2023 en het bezwaar van de vergunninghouder werd ongegrond verklaard door het college van B&W. De vergunninghouder stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 14 november 2024 werd vastgesteld dat het proces-verbaal van de eerste overtreding op 24 april 2022 onduidelijkheden bevatte: het geregistreerde voertuig kwam niet overeen met het voertuig van de vergunninghouder. Nadere stukken toonden aan dat het proces-verbaal achteraf was aangepast zonder dat dit op ambtseed gebeurde, waardoor de betrouwbaarheid ervan in twijfel wordt getrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het intrekkingsbesluit niet deugdelijk gemotiveerd is omdat het niet kan worden uitgegaan van een derde overtreding binnen twee jaar. Het college van B&W kreeg een termijn van zes weken om het gebrek te herstellen of een nieuw besluit te nemen, waarbij de evenredigheid en het advies van de adviescommissie bezwaarschriften in acht moeten worden genomen. Alle verdere beslissingen blijven aangehouden tot de einduitspraak.