ECLI:NL:CBB:2024:851
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten COVID-19 Q4 2021
De onderneming verzocht herziening van het vaststellingsbesluit van 5 augustus 2022 waarin de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) was vastgesteld en een deel van het voorschot was teruggevorderd. De minister wees dit herzieningsverzoek af op 31 januari 2023, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. Na een bezwaarprocedure verklaarde de minister het bezwaar ongegrond op 18 april 2024.
De onderneming stelde dat zij bij het vaststellingsverzoek een fout had gemaakt bij het invullen van de omzet, welke fout zij direct na indiening had gemeld aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Door het digitale karakter van het vaststellingsbesluit en het ontbreken van een duidelijke kennisgeving zag de onderneming het besluit te laat, waardoor de bezwaartermijn was verstreken. Dit leidde tot een financieel verlies van meer dan € 10.000.
Het College oordeelde dat de fout bij het invullen geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde, aangezien de onderneming hiervan al op de hoogte was bij het indienen van het bezwaar. Het niet tijdig indienen van bezwaar was een risico van de onderneming zelf. Het herzieningsverzoek is niet bedoeld om eerdere procedurele fouten te corrigeren. Daarom was de afwijzing van het herzieningsverzoek terecht en niet evident onredelijk.
Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 november 2024 zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.