ECLI:NL:CBB:2024:818
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten na tegemoetkoming aan maatschap
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in de zaken 22/2583 en 22/2629. De maatschap had beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken omtrent subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor Q4 2021 en Q1 2022. De minister is aan de maatschap tegemoetgekomen door alsnog subsidie toe te kennen via herzieningsbesluiten van 28 juni 2024.
Naar aanleiding hiervan heeft de maatschap het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Het College oordeelt dat de minister op grond van artikel 8:75a Awb in dit geval tot vergoeding van de proceskosten kan worden veroordeeld. Omdat deze zaak samenhangt met nog 29 andere beroepszaken, past het College artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe en stelt de totale kosten vast op € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
De kosten gemaakt in de bezwaarfase komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat hier niet tijdig om is verzocht. Daarnaast wijst het College erop dat de minister ook verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Brugman.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de maatschap tot een bedrag van € 200,-.