ECLI:NL:CBB:2024:813
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende beroepszaken
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin de maatschap beroep had ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken. De minister was aan de maatschap tegemoetgekomen door alsnog subsidie toe te kennen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor trok de maatschap het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Het College oordeelde dat de minister op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kon worden tot vergoeding van de proceskosten omdat zij aan de maatschap was tegemoetgekomen. Omdat deze zaak samenhing met nog 30 andere beroepszaken, paste het College artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe en stelde de proceskosten forfaitair vast op € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
De kosten gemaakt in bezwaar kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat de maatschap daar niet tijdig om had verzocht. Daarnaast wees het College erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Brugman.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten aan de maatschap.