Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam], te [woonplaats] (de ondernemer)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze bestuursrechtelijke uitspraak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de ondernemer. De minister is aan de ondernemer tegemoetgekomen door middel van een herzieningsbesluit waarin een hogere subsidie werd vastgesteld op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021.
De ondernemer had het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten, verwijzend naar eerdere correspondentie waarin een voorstel voor kostenvergoeding was gedaan. Het College stelde vast dat de zaak samenhing met 30 andere soortgelijke zaken en paste daarom een forfaitaire kostenvergoeding toe van in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
Het College wees verder op de reeds toegekende vergoeding in bezwaar en zag geen aanleiding voor een aanvullende kostenveroordeling in bezwaar. Tevens werd opgemerkt dat de minister verplicht is het griffierecht van € 184,- te vergoeden op grond van de Awb. De uitspraak werd zonder zitting gedaan op 5 november 2024.
Uitkomst: De minister is veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten aan de ondernemer.