ECLI:NL:CBB:2024:804
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende bestuursrechtelijke beroepszaken
In deze bestuursrechtelijke uitspraak veroordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken tot vergoeding van de proceskosten aan een onderneming. De minister is aan de onderneming tegemoetgekomen door middel van een herzieningsbesluit waarbij alsnog subsidie werd toegekend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022.
De onderneming had haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het College stelt vast dat de zaak samenhangt met 30 andere beroepszaken en past daarom artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe. Hierdoor wordt het forfaitaire bedrag vastgesteld op in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
Het College wijst erop dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar heeft toegekend en ziet geen aanleiding voor een nadere kostenveroordeling in bezwaar. Tevens wordt vermeld dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024 door mr. D. Brugman, met griffier E.A. van der Meel.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- proceskosten aan de onderneming voor deze beroepszaak.