ECLI:NL:CBB:2024:795
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende bestuurszaken
In deze bestuursrechtelijke uitspraak van 5 november 2024 veroordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken tot vergoeding van proceskosten aan een onderneming. De minister is aan de onderneming tegemoetgekomen door het herzieningsbesluit van 28 juni 2024, waarbij alsnog subsidie werd toegekend onder de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021.
De onderneming had het beroep ingetrokken met het verzoek de minister in de proceskosten te veroordelen. Het College stelt vast dat deze zaak samenhangt met nog 30 andere beroepszaken. Gezien deze samenhang en het aantal zaken, past het College een forfaitaire kostenvergoeding toe van in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak, in afwijking van het standaardbedrag van € 1.312,50.
Het College wijst tevens op de reeds toegekende vergoeding in bezwaar en benadrukt dat de minister ook verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op grond van artikel 8:54 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, omdat voldoende informatie aanwezig was om de kostenveroordeling te bepalen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 100,- aan de onderneming.