ECLI:NL:CBB:2024:793
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende beroepszaken
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin de ondernemer beroep instelde tegen een besluit van de minister van Economische Zaken.
De minister heeft de ondernemer tegemoetgekomen door middel van een herzieningsbesluit waarbij een hogere subsidie werd vastgesteld op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021. Hierdoor heeft de ondernemer het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Het College stelt vast dat deze zaak samenhangt met 30 andere beroepszaken en past daarom artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe. In plaats van het standaardbedrag van € 1.312,50 wordt een forfaitair bedrag van € 3.100,- vastgesteld, wat neerkomt op € 100,- per zaak.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 100,- voor deze zaak. Daarnaast wijst het College erop dat de griffierechten van € 184,- rechtstreeks door de minister moeten worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Er is geen aanleiding voor een nadere kostenveroordeling in bezwaar, aangezien de minister reeds een vergoeding heeft toegekend bij het herzieningsbesluit.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- proceskosten voor deze samenhangende beroepszaak.