ECLI:NL:CBB:2024:635
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag isolatiemaatregelen niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
Appellant diende een subsidieaanvraag in voor glas-, vloer- en spouwmuurisolatie, maar de minister wees de aanvraag voor glas- en vloerisolatie af omdat eerder al subsidie voor deze isolatiemaatregelen was verstrekt. Hierdoor werd ook de aanvraag voor spouwmuurisolatie afgewezen omdat niet aan het vereiste werd voldaan dat subsidie wordt aangevraagd voor twee isolatiemaatregelen die op het moment van indiening in aanmerking komen.
Appellant voerde aan dat hij de isolatie gefaseerd heeft aangevraagd uit praktische overwegingen en dat het onevenredig is dat hij daardoor geen subsidie ontvangt voor het gehele isolatieproject. Het College oordeelt echter dat de regeling een dwingende afwijzingsgrond bevat die geen ruimte laat voor uitzonderingen of belangenafwegingen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de minister de subsidieaanvraag terecht heeft afgewezen. Het College volgt appellant niet in zijn beroep op het evenredigheidsbeginsel en wijst erop dat de omstandigheden van eerdere jurisprudentie niet vergelijkbaar zijn. Over de afwijzing van de subsidie voor spouwmuurisolatie wordt geen oordeel gegeven omdat daartegen geen beroepsgronden zijn aangevoerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.