ECLI:NL:CBB:2024:603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke schorsing KTB-vergunning wegens overtreding gedragsregels taxivervoer Breda
De appellant, houder van een KTB-vergunning, werd geconfronteerd met een bestuurlijke schorsing van vier weken door het college van burgemeester en wethouders van Breda vanwege betrokkenheid bij ongeregeldheden tijdens carnaval 2023. Toezichthouders rapporteerden dat de appellant zich agressief had gedragen tegenover andere taxichauffeurs, wat werd ondersteund door camerabeelden.
De appellant voerde aan dat de schorsing onterecht was omdat het gedrag volgens hem alleen relevant is voor het keurmerkcertificaat en niet voor de vergunning, en dat hij zelf de-escalerend had opgetreden. Het College oordeelde dat de schorsing terecht was op grond van de Taxiverordening Breda en de Nadere regels kwaliteitsbevordering straattaxivervoer Breda, en dat de overtredingen voldoende waren vastgesteld.
Verder stelde de appellant dat de schorsing in strijd was met het ne bis in idem-beginsel en onevenredig was vanwege zijn financiële situatie. Het College verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de maatregel een bestuurlijke en geen bestraffende sanctie is, en dat de schorsing proportioneel en noodzakelijk was. Ook waren er geen motiverings- of zorgvuldigheidsgebreken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van de KTB-vergunning voor vier weken bevestigd.