ECLI:NL:CBB:2024:560
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetbepaling voor subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van de omzet van een onderneming in het kader van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister heeft de omzet vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting, maar de onderneming betwist deze vaststelling en stelt dat er omzet is behaald die niet in de aangifte is opgenomen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister de omzet op de juiste wijze heeft bepaald door uitsluitend de aangifte omzetbelasting te hanteren. De onderneming heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er omzet is gegenereerd die niet in de aangifte is opgenomen. Daarnaast is het bedrag dat de onderneming ontving voor de levering van aandelen en dat als lening in de administratie is verwerkt, geen omzet in de zin van de regeling.
Verder benadrukt het College dat toekomstig omzetverlies niet in aanmerking komt voor subsidie op grond van de TVL-regeling. Ook is het feit dat de onderneming een uitkering heeft ontvangen op grond van de TOGS-regeling niet relevant voor deze zaak, aangezien het hier om verschillende regelingen met verschillende voorwaarden gaat.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de omzetvaststelling van de minister blijft gehandhaafd.