ECLI:NL:CBB:2024:559
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister stelt subsidie zonnepanelen op nihil wegens voorafgaande aanschaf
De vereniging vroeg op 1 februari 2022 subsidie aan voor warmtepompen en gaf als aanschafdatum 1 maart 2022 op. De minister verleende de subsidie, maar stelde deze later bij het vaststellingsbesluit op nul vast omdat de aanschafverplichting al vóór de aanvraag was aangegaan. De vereniging voerde aan dat de opdracht op 24 december 2021 slechts een reservering was en pas op 2 februari 2022 definitief werd bevestigd.
Het College oordeelde dat uit e-mails en factuur blijkt dat de vereniging op 21 en 24 december 2021 een juridisch bindende overeenkomst is aangegaan. De verklaring van de installateur dat de opdracht was geannuleerd werd niet geloofd vanwege gebrek aan onderbouwing en tegenstrijdigheden met de stukken.
De minister was daardoor bevoegd de subsidie op nihil vast te stellen omdat de subsidie niet het vereiste stimulerend effect had, zoals bepaald in artikel 22, eerste lid, onder c, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies. Het beroep van de vereniging werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De subsidie werd terecht op nihil vastgesteld omdat de aanschafverplichting vóór de subsidieaanvraag was aangegaan.