Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juli 2024 in de zaak tussen
[naam 1] en [naam 2] , te [plaats]
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Procesverloop
Overwegingen
“Aanleiding:
Historie:
Bevindingen:
Fotografische opnamen:
,maar dat de honden soms zelf de drinkbakken leegstoten. Dit doet echter niet af aan het feit dat uit de bevindingen van de toezichthouder blijkt dat de twee honden op het moment van de controle geen toegang hadden tot voldoende water. Het is de verantwoordelijkheid van de houders van dieren om te zorgen dat er steeds voldoende water voorhanden is. Het College is dan ook van oordeel dat de minister terecht heeft vastgesteld dat in dit geval sprake is van een overtreding van artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren in samenhang met artikel 1.7, aanhef en onder f, van het Bhd.
Houden van een hond in een ren), derde lid, van het Bhd luidt als volgt:
.Het feit dat het regende en dat de grond daardoor nat werd, betekent niet dat de houder van dieren er niet voor moet zorgen dat de dieren, bijvoorbeeld door stro toe te voegen, een geschikte schone en droge plek hebben, ook al zijn de honden gewend om buiten te verblijven. Ook dient de houder te zorgen voor een geschikt hondenhok in de ren. Het College is van oordeel dat [naam 1] en [naam 2] de honden onvoldoende bescherming hebben geboden. De minister heeft volgens het College dan ook terecht kunnen vaststellen dat in het hier aan de orde zijnde specifieke geval sprake is van een overtreding van artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren in samenhang met artikel 1.6, derde lid, artikel 1.7, aanhef en onder d, en 3.2, vierde lid, aanhef en onder b, en artikel 3.3, derde lid, van het Bhd.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit en het kostenbesluit gegrond;
- vernietigt deze besluiten;
- herroept het besluit tot spoedbestuursdwang;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan [naam 1] en [naam 2] te vergoeden;