ECLI:NL:CBB:2024:395

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
7 juni 2024
Zaaknummer
24/410
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaartenArt. 82 Besluit personenvervoer 2000Art. 8:57 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:81 Algemene wet bestuursrechtOpiumwet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsingsbesluit chauffeurskaart na intrekking

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 19 maart 2024 de chauffeurskaart van een taxichauffeur geschorst vanwege vermoedens dat hij niet langer voldoet aan de eisen voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG), omdat hij wordt verdacht van overtreding van de Opiumwet. De chauffeur maakte bezwaar tegen dit schorsingsbesluit en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.

Op 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris de chauffeurskaart ingetrokken omdat de chauffeur niet tijdig een nieuwe VOG heeft overgelegd. Hierdoor is het schorsingsbesluit feitelijk uitgewerkt. De voorzieningenrechter stelde vast dat zelfs als het verzoek om voorlopige voorziening zou worden toegewezen, de chauffeur geen gebruik zou kunnen maken van zijn kaart vanwege de intrekking.

Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen belang meer was bij de voorlopige voorziening en dat er geen spoedeisend belang bestond. Het verzoek werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te betalen. De uitspraak werd gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel op 5 juni 2024.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het schorsingsbesluit van de chauffeurskaart werd afgewezen wegens intrekking van de kaart en gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/410
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juni 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] te [plaats] ,

(gemachtigde: mr. J.A.J Purperhart)
en

de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder,

(gemachtigde: mr. H. Spaargaren).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris de chauffeurskaart van [naam] tot 11 juni 2024 geschorst (schorsingsbesluit).
[naam] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het schorsingsbesluit te schorsen.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Inleiding
1.1
[naam] is taxichauffeur. De staatssecretaris heeft zijn chauffeurskaart op grond van artikel 10, derde lid, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten (Regeling) geschorst, omdat hij vermoedt dat [naam] niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Dat vermoeden heeft de staatssecretaris omdat [naam] wordt verdacht van een strafbaar feit, namelijk overtreding van de Opiumwet. De staatssecretaris heeft [naam] vervolgens op grond van artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000, verzocht om binnen vier weken na 16 april 2024 een nieuwe VOG te overleggen.
1.2
[naam] heeft de voorzieningenrechter verzocht om het schorsingsbesluit te schorsen.
2.1
Met een besluit van 3 juni 2024, dat in deze procedure niet ter voorlopige beoordeling door de voorzieningenrechter voorligt, heeft de staatssecretaris de chauffeurskaart op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling, ingetrokken. Daaraan is ten grondslag gelegd dat [naam] niet tijdig een nieuwe VOG heeft overgelegd. [naam] voldoet daarom niet meer aan de eisen voor de verstrekking van een chauffeurskaart.
2.2
[naam] heeft zijn verzoek om het schorsingsbesluit te schorsen, gehandhaafd.
Beoordeling
3 Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4 De voorzieningenrechter stelt vast dat het schorsingsbesluit door het intrekkingsbesluit feitelijk is uitgewerkt. Zelfs als het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen kan [naam] geen gebruik maken van zijn chauffeurskaart, omdat deze is ingetrokken. De voorzieningenrechter volgt daarom de staatssecretaris in zijn standpunt dat [naam] geen belang meer heeft bij de door hem gevraagde voorlopige voorziening en dus ook geen spoedeisend belang heeft.
Slotsom
5 Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
6 De minister hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van
mr. J.W.E. Pinckaers, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. J.W.E. Pinckaers