ECLI:NL:CBB:2024:239
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
Deze zaak betreft een beroep van een onderneming tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om haar aanvraag voor subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over Q1 2022 niet in behandeling te nemen wegens te late indiening.
De onderneming stelde dat de aanvraag niet tijdig kon worden ingediend omdat de verantwoordelijke medewerker ziek was door corona en de directeur niet op de hoogte was. Tevens voerde zij aan dat zij ten onrechte niet is gehoord en dat het besluit in strijd is met het gelijkheids-, vertrouwens-, motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De minister handhaafde het besluit en verwees naar vaste jurisprudentie dat te late indiening een dwingende afwijzingsgrond is, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, wat hier niet het geval was.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding voor rekening en risico van de onderneming komt, dat de minister terecht van het horen kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, en dat het besluit zorgvuldig en met voldoende motivering is genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De minister heeft de subsidieaanvraag terecht afgewezen wegens te late indiening; het beroep is ongegrond verklaard.