Deze bestuursrechtelijke procedure betreft de vaststelling van de juiste SBI-code en de correcte berekening van het omzetverlies voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het vierde kwartaal van 2020 voor een onderneming die openingsdansen voor bruidsparen verzorgt.
De onderneming betoogde dat de minister ten onrechte de SBI-code 85.52.1 (dansscholen) toepaste, terwijl volgens haar de code 90.03 (schrijven en overige scheppende kunsten) beter aansluit bij haar feitelijke activiteiten. Het College oordeelde dat ondanks de creatieve choreografieën de feitelijke activiteiten het beste passen bij dansscholen, mede gelet op de inschrijving in het handelsregister en de aard van de dienstverlening.
Daarnaast erkende de minister dat bij de omzetverliesberekening een onjuist artikellid van de regeling was toegepast, waardoor de subsidie te laag was vastgesteld. Het College vernietigde het herzieningsbesluit en het bestreden besluit vanwege deze motiveringsgebreken en stelde zelf de subsidie vast op €5.068,98. Tevens werd de minister opgedragen het betaalde griffierecht aan de onderneming te vergoeden.