ECLI:NL:CBB:2024:164
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De onderneming diende een subsidieaanvraag in het kader van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 te laat in, namelijk 36 uur na het verstrijken van de aanvraagperiode. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming voerde aan dat technische problemen met e-herkenning en communicatieproblemen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de vertraging veroorzaakten en dat de afwijzing onevenredig en onredelijk was. Tevens werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel vanwege een e-mail van een RVO-medewerker die zou hebben toegezegd dat de aanvraag alsnog inhoudelijk zou worden beoordeeld.
Het College oordeelde dat de aanvraagperiode duidelijk was en dat de onderneming zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening en het up-to-date houden van haar e-herkenning. De technische problemen en communicatieproblemen konden niet als onoverkomelijke belemmeringen worden aangemerkt. Het College verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de e-mail slechts verwees naar de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar en niet tot een inhoudelijke beoordeling van een te late aanvraag. Het College concludeerde dat de afwijzing niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en dat de minister terecht het besluit handhaafde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de aanvraagtermijnen binnen de TVL-regeling en benadrukt de verantwoordelijkheid van aanvragers om tijdig en correct te handelen.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens te late indiening.