Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 februari 2024 in de zaak tussen
handelend onder de naam [naam 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante [naam 1] B.V. heeft een verzoek ingediend bij de Kamer van Koophandel (KvK) om afscherming van de gegevens van haar uiteindelijk belanghebbenden (UBO's) in het handelsregister. Dit verzoek werd op 23 oktober 2020 afgewezen en het bezwaar hiertegen op 31 maart 2021 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde [naam 1] beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
[naam 1] betoogde dat de openbaarmaking van UBO-gegevens in strijd is met artikelen 7 en 8 van het EU-Handvest en dat het criterium van een 'legitiem belang' voor inzage te vaag is, waardoor de gegevens onrechtmatig toegankelijk zouden zijn voor derden. De KvK verwees naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 november 2022, waarin de verplichting tot volledige openbaarmaking werd teruggedraaid naar een systeem waarbij alleen personen en organisaties met een legitiem belang toegang hebben.
Het College oordeelde dat de gegevens momenteel niet openbaar toegankelijk zijn voor derden zonder legitiem belang en dat appellante geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat het resultaat van het beroep voor haar geen feitelijke betekenis heeft. Daarom verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk en hoefde de KvK geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] B.V. tegen de afwijzing van het verzoek om afscherming van UBO-gegevens is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.