Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Partijen
minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn W. Dam en mr. L. Achalhi
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze zaak gaat het om een eenmanszaak die meerdere bedrijfsactiviteiten uitvoert en daarvoor één gezamenlijke aangifte omzetbelasting indient. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de omzet voor de TVL-subsidie vastgesteld op basis van deze aangifte. De onderneming betwist deze omzetbepaling omdat zij meent dat de omzet van de verschillende bedrijfsactiviteiten apart moet worden beoordeeld.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister de omzet op juiste wijze heeft bepaald door uit te gaan van de totale omzet zoals aangegeven in de aangifte omzetbelasting van de onderneming. Binnen de systematiek van de TVL-regeling is geen ruimte om de omzet van verschillende bedrijfsactiviteiten afzonderlijk te beoordelen. Daarom is het niet onredelijk dat de minister geen deel van de omzet buiten beschouwing heeft gelaten.
Verder heeft het College geoordeeld dat de onderneming niet heeft voldaan aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies, waardoor zij niet in aanmerking komt voor de TVL-subsidie. Dit maakt de besluiten niet onevenredig. Tot slot heeft het College bevestigd dat de minister niet verplicht is om eerdere fouten te herhalen, mede omdat de omzetcijfers bij de aanvragen zonder nadere controle zijn overgenomen.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de omzetbepaling van de minister wordt bevestigd, waardoor de onderneming geen recht heeft op de TVL-subsidie.