ECLI:NL:CBB:2023:723
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- B. Bastein
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Minister berekent omzetverlies terecht voor groep bij subsidie vaste lasten COVID-19
De onderneming, onderdeel van een consortium van kaasproducenten en -verkopers, had een omzetdaling van 55% als zelfstandige entiteit in het derde kwartaal van 2021 door de COVID-19-pandemie. De minister wees de subsidieaanvraag af omdat het omzetverlies op groepsniveau onvoldoende was om aan de subsidievoorwaarden te voldoen.
De onderneming stelde dat het onderscheid tussen mkb-ondernemingen en grote ondernemingen in de regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat het besluit onevenredig is. Het College verwierp deze bezwaren, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het doel van de regeling om misbruik te voorkomen.
Ook het beroep op het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel faalde, omdat de minister in de beroepsfase voldoende gelegenheid bood om standpunten naar voren te brengen en de beslissing adequaat motiveerde.
Het College concludeerde dat het omzetverlies terecht op groepsniveau is berekend en verklaarde het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen.