ECLI:NL:CBB:2023:603

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
22/893
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na herziening subsidie vaste lasten COVID-19

De ondernemer had beroep ingesteld tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. Na het bestreden besluit waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard, heeft de minister het besluit op bezwaar herzien en alsnog de subsidie toegekend.

De ondernemer handhaafde het beroep vanwege onbeantwoorde vragen en lopende procedures over andere TVL-kwartalen. Het College oordeelde echter dat het ontbreken van een inhoudelijk belang bij het beroep, nu het bezwaar gegrond was verklaard en de subsidie was toegekend, leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Het College benadrukte dat louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor procesbelang en dat vragen over andere kwartalen buiten de reikwijdte van deze procedure vallen. Er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd mondeling gedaan op 12 oktober 2023 door mr. M.J. Jacobs.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na herziening van het bezwaar.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/893
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 in de zaak tussen

[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer),

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister)

(gemachtigden: mr. S. Piron en mr. G.O. Hoeksma).

Procesverloop

Met het besluit van 9 juni 2021 (het subsidiebesluit) heeft de minister de aanvraag van de ondernemer voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q1 2021 afgewezen.
Met het besluit van 31 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De eerste zitting was op 13 april 2023. Aan deze zitting hebben deelgenomen de ondernemer, bijgestaan door [naam 3] , en de gemachtigden van de minister.
Het College heeft het onderzoek op de zitting geschorst om de ondernemer in de gelegenheid te stellen aan te tonen dat de aangifte omzetbelasting over Q1 van 2021 is gedaan.
De ondernemer heeft op 11 mei 2023 een e-mail van de Belastingdienst overgelegd.
Verweerder heeft hierop gereageerd.
De tweede zitting was op 29 juni 2023. Aan deze zitting hebben deelgenomen de ondernemer en de gemachtigden van de minister.
Het College heeft het nadere onderzoek op de zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen het bestreden besluit te heroverwegen.
Verweerder heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en de beslissing op bezwaar herzien.
De ondernemer heeft hierop gereageerd.
De derde zitting was op 12 oktober 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen de ondernemer, bijgestaan door [naam 4] , en mr. S. Piron, namens de minister.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Indien een belanghebbende geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, dan wordt dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor de vraag of een belanghebbende nog proces-belang heeft bij het beroep, is van belang dat het resultaat dat hij met het beroep nastreeft, ook daadwerkelijk met het instellen van beroep kan worden bereikt. Daarbij moet het resultaat van het beroep feitelijk betekenis hebben en niet alleen hypothetisch. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.
3. In dit geval heeft de minister de beslissing op bezwaar op 10 juli 2023 herzien. Het bezwaar van de ondernemer is alsnog gegrond verklaard en aan hem is een TVL-subsidie voor Q1 2021 toegekend. De reden voor de ondernemer om het beroep te handhaven is dat hij nog zit met onbeantwoorde vragen en dat hij ook beroep heeft ingesteld tegen besluiten die zien op andere TVL-kwartalen. Hij wil graag antwoord op zijn vragen. Ook wil hij dat de RVO de besluiten over de andere TVL-kwartalen op korte termijn herziet, zodat hij de procedures snel achter zich kan laten. Dat de ondernemer nog met onbeantwoorde vragen aan de RVO zit, is geen reden om een procesbelang aan te nemen. Deze vragen moet hij aan de RVO stellen. Hoewel het College er begrip voor heeft dat de ondernemer de procedures graag snel achter zich wil kunnen laten, is dit evenmin voldoende om een procesbelang aan te nemen. In deze procedure is beroep ingesteld tegen de TVL-subsidie voor Q1 van 2021. Daarom kan het niet gaan over de TVL-subsidies voor andere kwartalen.
4. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van I.E. van de Geest, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2023.
w.g. M.J. Jacobs w.g. I.E. van de Geest