Appellante heeft subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan het vestigingsvereiste, dat inhoudt dat een onderneming ten minste één vestiging moet hebben die fysiek afgescheiden is van het privéadres van de eigenaar of een ander adres dan het privéadres.
Appellante huurt een kantoorruimte van 3 vierkante meter in een bedrijfsverzamelgebouw en maakt incidenteel gebruik van ruimtes om bezoek te ontvangen. Het College oordeelt dat dit geen duurzame uitoefening van activiteiten op die locatie inhoudt, mede omdat appellante slechts 1 à 2 keer per maand aanwezig is.
Omdat appellante niet tot de uitzonderingsgroepen (horeca- of ambulante ondernemingen) behoort, voldoet zij niet aan het vestigingsvereiste. Het beroep tegen de afwijzing van de subsidie wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.