ECLI:NL:CBB:2023:577
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen registratie levensmiddelenbedrijf
In deze zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen de registratie van zijn onderneming als levensmiddelenbedrijf door het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ). Na bezwaar en een besluit van de minister dat het bezwaar ongegrond verklaarde, werd beroep ingesteld. Tevens werd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de registratie ongedaan te maken en de onderneming als erkend koper/ontvanger van boerderijmelk te vermelden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening gericht was tegen het besluit van de minister van 19 januari 2023. Omdat dit besluit inmiddels was ingetrokken, kon geen voorziening worden getroffen. Tevens was het COKZ na het besluit van de minister niet meer partij in de procedure, waardoor geen voorziening tegen het COKZ-besluit mogelijk was.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Het College verwees naar een andere uitspraak waarin de minister werd opgedragen het bezwaar binnen vier weken door te zenden aan het bevoegde bestuursorgaan. De minister werd opgedragen het betaalde griffierecht aan de verzoeker te vergoeden. De verzoeker was niet verschenen bij de zitting, de gemachtigden van de minister wel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de registratie van de onderneming als levensmiddelenbedrijf is afgewezen.