ECLI:NL:CBB:2023:559
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL tweede kwartaal 2021 wegens te late indiening
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd door de minister afgewezen omdat deze niet tijdig was ingediend, namelijk na de uiterste datum van 20 augustus 2021 om 17.00 uur. De onderneming stelde dat de late indiening te wijten was aan de coronacrisis, persoonlijke en zakelijke stress, en de gezondheidssituatie van de directeur, waardoor het management tijdelijk door zijn zoon werd overgenomen.
De minister voerde aan dat het de verantwoordelijkheid van de onderneming blijft om tijdig een aanvraag in te dienen, ongeacht de verandering in management. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een late indiening rechtvaardigen. Het College overwoog dat de regeling een dwingende afwijzingsgrond bevat voor te late aanvragen en dat noch de Algemene wet bestuursrecht noch de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies ruimte bieden om hiervan af te wijken.
Het College beoordeelde het verzoek van de onderneming om het evenredigheidsbeginsel toe te passen en de aanvraag alsnog in behandeling te nemen. Gelet op de omstandigheden was er geen sprake van onmogelijkheid om tijdig in te dienen. De verantwoordelijkheid lag bij de onderneming en haar management, die de aanvraag vergeten was in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing bevestigd.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van strikte termijnen bij subsidieaanvragen en bevestigt dat persoonlijke omstandigheden en coronagerelateerde stress geen grond vormen om van dwingende wettelijke bepalingen af te wijken. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wegens te late indiening afgewezen.