ECLI:NL:CBB:2023:548
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nihil vaststelling TVL bij onvoldoende omzetverlies
Deze zaak betreft een ondernemer die beroep instelde tegen de vaststelling van zijn Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie op nihil. De minister had de omzet van de ondernemer vastgesteld op basis van de totale omzet uit zowel hoofd- als nevenactiviteiten, zoals aangegeven in de aangifte omzetbelasting. De ondernemer betwistte deze berekening en stelde dat alleen de omzet uit zijn hoofdactiviteit in aanmerking had moeten worden genomen.
De ondernemer voert aan dat hij tijdens de coronapandemie nevenactiviteiten is gestart om het verlies van inkomsten uit zijn evenementenbedrijf op te vangen. Hij meent dat de regeling geen rekening houdt met zijn inspanningen en dat hij daardoor onterecht wordt benadeeld. Het College erkent het wrange van deze situatie, maar benadrukt dat de TVL-regeling strikt is en geen onderscheid maakt tussen hoofd- en nevenactiviteiten.
Op grond van artikel 2.2.2, vijfde lid, van de TVL-regeling is de omzet het totaal van de omzet waarover de ondernemer aangifte omzetbelasting heeft gedaan. De minister heeft daarom terecht de totale omzet als uitgangspunt genomen en vastgesteld dat het omzetverlies niet voldoet aan de drempel van 30%. De minister mocht de subsidie dan ook op nihil vaststellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de nihil vaststelling van de TVL blijft in stand.