Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V. te [plaats] ( [naam 1] )
Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ), in deze zaak vertegenwoordigd door de directeur van het COKZ (directeur COKZ)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De zaak betreft een beroep van een eierhandelaar tegen een uitspraak van het tuchtgerecht van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ). De handelaar werd beschuldigd van twee overtredingen: overschrijding van de sorteertermijn van eieren met 1 tot 6 dagen en het aanbrengen van onjuiste tenminste houdbaarheidsdata (THT) op eieren, waarbij de THT-datum meer dan 28 dagen na de legdatum lag.
Het tuchtgerecht achtte de eerste overtreding ernstig en legde een boete op van €700, waarvan €200 onvoorwaardelijk. Voor de tweede, zeer ernstige overtreding legde het tuchtgerecht een hogere boete op dan voorgesteld door de directeur COKZ, namelijk €3.000, waarvan de helft onvoorwaardelijk. De handelaar betwistte onder meer de hoogte van de boetes, het ontbreken van nieuwe feiten die de hogere boete rechtvaardigen, en stelde dat de gezondheid van consumenten niet daadwerkelijk in gevaar was gebracht.
Het College overwoog dat het tuchtgerecht bevoegd is om af te wijken van het boetevoorstel van de directeur COKZ en dat de opgelegde boetes binnen de wettelijke grenzen vallen. Verder werd erkend dat de handelaar maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen, maar dat dit niet leidde tot een lichtere maatregel. Ook het argument dat de gezondheid van consumenten niet was geschaad werd verworpen, aangezien de overtreding op zichzelf al een verbod vormt. Ten slotte werd het beroep ongegrond verklaard en de opgelegde boetes bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boetes voor overtredingen van handelsnormen voor kippeneieren wordt ongegrond verklaard.