ECLI:NL:CBB:2023:440

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
22/1476
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking van kennisneming van vertrouwelijke notulen in bestuursrechtelijke procedure

In deze zaak heeft de onderneming, aangeduid als [naam 1] N.V., hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft vertrouwelijke stukken overgelegd, waarbij hij verzocht om beperking van de kennisneming op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechter-commissaris, mr. J.H. de Wildt, is aangesteld om deze beslissing te nemen. De stukken omvatten notulen van interne overleggen van de staatssecretaris, die in totaal 51 overleggen beslaan van 12 december 2019 tot en met 4 mei 2021.

De rechter-commissaris heeft de belangen afgewogen tussen de noodzaak voor partijen om relevante informatie te hebben en de bescherming van vertrouwelijke gegevens. Hij heeft vastgesteld dat openbaarmaking van bepaalde gegevens de belangen van de staatssecretaris zou kunnen schaden. De rechter-commissaris heeft in zijn beoordeling rekening gehouden met de bevestiging van de onderneming dat bepaalde delen van de notulen weggelakt mogen worden, en heeft besloten dat de vertrouwelijkheid van 13 specifieke passages gerechtvaardigd is. Deze passages bevatten interne beleidsopvattingen en informatie die van belang is voor de handhavingstaken van de NVWA.

De rechter-commissaris heeft de onderneming verzocht om binnen twee weken schriftelijk aan te geven of zij instemt met het College dat uitspraak doet op basis van de vertrouwelijke versie van de stukken. De beslissing van de rechter-commissaris is genomen op 15 augustus 2023, waarbij de vertrouwelijkheid van de besproken passages is geëerbiedigd om onevenredige schade voor de staatssecretaris te voorkomen.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1476
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van

[naam 1] N.V., te [plaats] (de onderneming)

(gemachtigde: mr. F.F.W. Verbeek, mr. A. Mazreku en mr. E.H.M. Bieleveld),

en

de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, (de staatssecretaris)
(gemachtigde: mr. M.L. Batting en mr. I. Oosthoek-Spierings).

Procesverloop

De onderneming heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2022, kenmerk ROT 21/1318 en 21/4434 (ECLI:NL:RBROT:2022:5341).
De staatssecretaris heeft op 3 maart 2023 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken (8:29-verzoek).
Het betreft notulen van in totaal 51 overleggen in de periode 12 december 2019 tot en met 4 mei 2021.
Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. J.H. de Wildt opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen.
Op 19 juli 2023 heeft de staatssecretaris een nieuwe versie van de niet-vertrouwelijke gedingstukken toegezonden. In de begeleidende brief heeft de staatssecretaris toegelicht dat de nieuwe set stukken zijn gelakt in lijn met de beslissing van de rechter-commissaris van 13 juli 2023 in het hoger beroep van [naam 2] B.V. (ECLI:NL:CBB:2023:383). In de nieuwe set stukken zijn minder passages weggelakt dan bij de set stukken behorend bij het verzoek van 3 maart 2023. De rechter-commissaris vat de brief van 19 juli 2023 op als een aanvulling op het 8:29-verzoek van 3 maart 2023.

Overwegingen

Inleiding
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2. Deze door de rechter-commissaris te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl verweerder er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
3. De rechter-commissaris heeft in zijn brief van 1 mei 2023 aan de onderneming gevraagd of het juist is dat partijen het er over eens zijn dat a) de delen van de notulen die niets van doen hebben met de voorliggende zaak weggelakt mogen worden én b) dat er overeenstemming is over het weglakken van de volgende categorieën informatie: (i) bedrijfsnamen van procespartijen, (ii) specifieke bedragen en/of percentages en (iii) namen, e-mailadressen en telefoonnummers van ambtenaren.
4. In de brief van 5 mei 2023 heeft de onderneming bevestigd dat de uitgangspunten onder a) en b) juist zijn. Daarom beperkt de rechter-commissaris zijn oordeel tot de weggelakte passages die verband houden met de voorliggende zaak. Dat betreft, in lijn met de beslissing van de rechter-commissaris van 13 juli 2023 in het hoger beroep van [naam 2] B.V. (ECLI:NL:CBB:2023:383), in totaal 13 passages. Per passage heeft de staatssecretaris toegelicht om welke reden deze voor beperkte kennisneming in aanmerking komt.
De motivering van het verzoek door de staatssecretaris
5. In de brief van 2 mei 2023 heeft de onderneming bevestigd dat het uitgangspunt onder a) juist is. Het uitgangspunt onder b) klopt volgens de onderneming slechts ten dele. Uit de weergave van de afspraken in de brief van 1 mei 2023 blijkt volgens de onderneming onvoldoende dat partijen hebben afgesproken dat aanduidingen van vergoedingen wel leesbaar blijven en dat de functie van ambtenaren en de instantie waar zij werkzaam zijn ook leesbaar blijven.
6. Gelet op de brief van de onderneming van 2 mei 2023 beperkt de rechter-commissaris zijn oordeel tot de weggelakte passages die verband houden met de voorliggende zaak. Dat betreft, in lijn met de beslissing van de rechter-commissaris van 13 juli 2023 in het hoger beroep van [naam 2] B.V. (ECLI:NL:CBB:2023:383), in totaal 13 passages. Per passage heeft de staatssecretaris toegelicht om welke reden deze voor beperkte kennisneming in aanmerking komt.
7. Daarnaast zal de rechter-commissaris beoordelen of er in de notulen aanduidingen van vergoedingen, en functies van ambtenaren en de instantie waar zij werkzaam zijn, zijn weggelakt.
De motivering van het verzoek door de staatssecretaris
8. In de motivering bij al deze passages stelt de staatssecretaris voorop dat deze geen betrekking hebben op de samenwerkingsovereenkomsten tussen fabrikanten en wederverkopers en ook anderszins geen relatie hebben met deze procedure. Het verzoek is verder als volgt toegelicht.
9. Vijf van de weggelakte passages zien op het uitstalverbod (volgnummers 3, 5 en 11 tot en met 13). Deze passages geven volgens de staatssecretaris inzicht in de wijze waarop de NVWA haar onderzoek naar dit verbod inricht en waar zij op focust in haar toezicht. Kennisname hiervan zou effectief optreden in de toekomst kunnen bemoeilijken, omdat dit kan leiden tot calculerend gedrag. Over de passages met de volgnummers 5, 11 en 13 is nog toegevoegd dat deze passages niet kenbaar mogen worden aan de onderneming, vanwege de in die passages opgenomen interne persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren van de NVWA.
10. Zes van de weggelakte passages zien op een specifieke casus of situatie die geen verband houdt met het geschil (volgnummers 2 en 6 tot en met 10). Deze passages geven volgens de staatssecretaris inzicht in onderwerpen waar de NVWA op focust in haar toezicht en handhaving. Kennisneming hiervan zou effectief optreden van de NVWA in de toekomst kunnen bemoeilijken. Daarnaast is in de passages 2, 6 en 9 sprake van interne persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren van de NVWA.
11. Over de weggelakte passages met volgnummer 1 heeft de staatssecretaris toegelicht dat deze passage inzicht geeft in de wijze waarop de NVWA haar onderzoek inricht en zal gaan inrichten ten aanzien van een ander onderwerp, genoemd in die passages. De NVWA is momenteel bezig met een onderzoek ten aanzien van dit andere onderwerp en kennisneming van deze informatie zou derhalve effectief optreden van de NVWA kunnen bemoeilijken, omdat dit kan leiden tot calculerend en/of anticiperend gedrag.
12. Over de weggelakte passages met volgnummer 4 heeft de staatssecretaris opgenomen dat deze passages zien op de gecombineerde gezondheidswaarschuwing. De passages bevatten interne standpunten van ambtenaren met betrekking tot de toepassing van bepaalde wetsartikelen op een specifieke casus die geen verband houdt met het geschil. Dit betreffen persoonlijke beleidsopvattingen. Deze informatie geeft ook inzicht in de onderwerpen waar de NVWA op focust in haar toezicht en handhaving. Kennisneming hiervan zou handhavend optreden van de NVWA in de toekomst kunnen bemoeilijken, omdat dit kan leiden tot calculerend en/of anticiperend gedrag.
De beoordeling door de rechter-commissaris
13. De rechter-commissaris vindt een beperking van de kennisneming van de passages met volgnummers 3, 5 en 11 tot en met 13 gerechtvaardigd. Hij volgt de redenering van de staatssecretaris dat het voor een goede uitoefening van de handhavingstaken van de NVWA van belang is dat de onderneming als fabrikant van tabaks- en rookwaren geen inzicht krijgt in haar handhavingsstrategie. Daarnaast is de rechter-commissaris van oordeel dat in de passages met volgnummers 5, 11 en 13 sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad.
De vertrouwelijkheid van de passages met volgnummers 3, 5 en 11 tot en met 13 dient te worden geëerbiedigd, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
14. De rechter-commissaris vindt een beperking van de kennisneming van de passages met volgnummers 2 en 6 tot en met 10 ook gerechtvaardigd. Hij volgt de redenering van de staatssecretaris dat het voor een goede uitoefening van de handhavingstaken van de NVWA van belang is dat de onderneming als fabrikant van tabaks- en rookwaren geen inzicht krijgt in haar handhavingsstrategie. Daarnaast is de rechter-commissaris van oordeel dat in de passages met volgnummers 2, 6 en 9 sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad.
De vertrouwelijkheid van de passages met volgnummers 2 en 6 tot en met 10 dient te worden geëerbiedigd, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
15. Ook de beperkte kennisneming van de passages met de volgnummers 1 en 4 vindt de rechter-commissaris gerechtvaardigd. De staatssecretaris heeft voldoende toegelicht dat zij nog bezig is met een onderzoek over het onderwerp dat speelt in de passages met volgnummer 1. Voor een goede uitoefening van haar handhavingstaak is vereist dat deze informatie niet kenbaar wordt aan de onderneming. In de passages met volgnummer 4 blijkt van intern overleg over het handhaven op het onderwerp gecombineerde gezondheidswaarschuwing. Er is sprake van persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad.
De vertrouwelijkheid van de passages met de volgnummers 1 en 4 dient te worden geëerbiedigd, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
16. De rechter-commissaris komt tot de slotsom dat er een gewichtige reden was voor het weglakken van de 13 passages. Hij wijst het verzoek daarom toe.
17. Verder heeft de rechter-commissaris bekeken of er in de notulen aanduidingen van vergoedingen, en functies van ambtenaren en de instantie waar zij werkzaam zijn, zijn weggelakt. Dat is niet het geval. De staatssecretaris heeft zich dus gehouden aan de tussen partijen op deze punten gemaakte afspraken.
Toestemming van de onderneming
18. Het College kan alleen met toestemming van de andere partij mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent.
19. De onderneming wordt verzocht om binnen twee weken na vandaag schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken, voor zover zij deze stukken niet kent, uitspraak doet op het hoger beroep.

Beslissing

De rechter-commissaris:
- beslist dat de verzochte beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is;
- verzoekt de onderneming om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken uitspraak doet op het hoger beroep, voor zover zij deze stukken niet kent.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, in tegenwoordigheid van mr. L.N. Foppen als griffier, op 15 augustus 2023.
w.g. J.H. de Wildt w.g. L.N. Foppen