ECLI:NL:CBB:2023:382

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
22/2409
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep bij uitspraak van 31 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

De onderneming heeft hiertegen verzet ingesteld, stellende dat persoonlijke omstandigheden van de administrateur hebben geleid tot een verkeerde inschatting van de termijn. Dit verzet is behandeld op de zitting van 12 juni 2023.

Het College oordeelt dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is en dat het feit dat de onderneming niet de dupe zou moeten worden van de termijnoverschrijding geen grond is om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het beroep wordt niet inhoudelijk behandeld.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is de procedure definitief beëindigd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep wordt niet inhoudelijk behandeld wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2409

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van

[naam 1] , te [plaats] (de onderneming)

(gemachtigde: [naam 2] )

Procesverloop

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 21 september 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van 31 januari 2023 heeft de onderneming verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Aan de zitting heeft [naam 2] deelgenomen.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vast staat dat het beroepschrift te laat is ingediend. De laatste dag van de beroepstermijn was 2 november 2022 en het beroepschrift, gedateerd 7 november 2022, is pas op 9 november 2022 door het College ontvangen.
3. In verzet heeft de administrateur van de onderneming naar voren gebracht dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de einddatum van de beroepstermijn. Omdat hij van mening is dat de onderneming hiervan niet de dupe moet worden, verzoekt hij om het beroep alsnog inhoudelijk te behandelen.
4. Het College stelt vast dat de aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken. Dat de administrateur vindt dat zijn cliënt, de ondernemer, niet de dupe zou moeten worden van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, is geen omstandigheid die een rol speelt bij de uitoefening van de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen