ECLI:NL:CBB:2023:35
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat om haar aanvraag voor subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 af te wijzen. De kern van het geschil betreft de hoogte van de omzet in de referentieperiode, het eerste kwartaal van 2019, die bepalend is voor de subsidietoekenning.
Verweerder heeft de omzet vastgesteld op basis van gegevens van de Belastingdienst, terwijl appellante stelde dat deze gegevens niet volledig waren en dat haar eigen administratie een hogere omzet zou aantonen. Het College heeft vastgesteld dat het verschil vooral zit in de omzet waarvoor het hoge tarief geldt en dat de administratie van appellante niet op duidelijke wijze de omzet over het eerste kwartaal van 2019 inzichtelijk maakt.
Daarom is verweerder terecht uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst. Omdat de berekende omzet vermenigvuldigd met de vaste lastenratio minder dan € 1.500,- bedraagt, komt appellante niet in aanmerking voor de subsidie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestuursorgaan hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens onvoldoende omzetverlies.