ECLI:NL:CBB:2023:334

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
20/1009
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:12 AwbArt. 8:29 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geheimhoudingsbeslissing inzake bedrijfsvertrouwelijke gegevens warmteleveranciers

In deze bestuursrechtelijke zaak hebben appellanten beroep ingesteld tegen een besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) van 6 oktober 2020. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft bij tussenuitspraak ACM opgedragen het besluit te herstellen. ACM heeft vervolgens vertrouwelijke stukken overgelegd, waaronder rekenbestanden en invulmodules met bedrijfsgevoelige informatie van warmteleveranciers.

De rechter-commissaris heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beslissing genomen over de rechtmatigheid van de beperking van kennisneming van deze stukken. Hierbij is een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van ACM om vertrouwelijke, concurrentiegevoelige gegevens te beschermen.

De rechter-commissaris acht de beperking van kennisneming van de invulmodules en het rekenbestand ‘CoD_2022_08_04’ gerechtvaardigd vanwege het risico op onevenredig nadeel voor de verstrekkers van deze gegevens en het belang van ACM bij toekomstige informatieverstrekking. De beperking van het begeleidend schrijven wordt echter afgewezen, omdat ACM dit verzoek niet heeft toegelicht.

Het College verzoekt ACM om de stukken conform de uitspraak opnieuw in te dienen en appellanten om binnen twee weken aan te geven of zij instemmen met het gebruik van de vertrouwelijke stukken voor de uitspraak. De rechter-commissaris heeft de beslissing op 7 maart 2023 genomen.

Uitkomst: Beperking van kennisneming van bepaalde bedrijfsvertrouwelijke stukken is gerechtvaardigd, beperking voor begeleidend schrijven afgewezen.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/1009
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
Vereniging Energie-Nederland,
SVP Distributie & Levering B.V.,
Eteck Energie Techniek B.V.en
Eteck Exploitaties B.V. en haar in bijlage 1 bij het beroepschrift opgenomen dochterondernemingen,
Ennatuurlijk B.V.,
Vattenfall Warmte N.V.,
Westpoort Warmte B.V.,
Eneco Warmte & koude leveringsbedrijf B.V.,
HVC Energie B.V.,
Vaanster B.V., Vaanster I B.V., Vaanster III B.V., Vaanster IV B.V., Vaanster V B.V. , Vaanster VI B.V., Vaanster VII B.V., Vaanster IX B.V., Vaanster X B.V. Vaanster XI B.V. en Vaanster XIV B.V.
appellanten
(gemachtigden: mr. J.E. Janssen en mr. V.V. Jacobs),
en

Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster

(gemachtigden: mr. B.O.N van Hemessen, mr. M. Vleggeert en mr. J. de Vries).

Procesverloop

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van ACM van 6 oktober 2020.
Bij tussenuitspraak van 26 april 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:184) heeft het College ACM opgedragen binnen zes maanden na verzending van deze tussenuitspraak het besluit van 6 oktober 2020, met inachtneming van deze uitspraak, te herstellen en het College over het resultaat te informeren.
Op 21 oktober 2022 heeft ACM het besluit ter uitvoering van de tussenuitspraak genomen.
ACM heeft op 24 november 2022 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. ACM heeft de stukken op een usb-stick aangeleverd.
Hierop staan de volgende bestanden:
 ruwe data warmteleveranciers (invulmodules);
 rekenbestand ‘CoD_2022_08_04’;
 rekenbestand ‘WACC_22_08_04’;
 rekenbestand ‘WACC inclusief transactiekosten’;
 begeleidend schrijven.
De rechter-commissaris heeft aan ACM vragen gesteld over de mededeling wat betreft het begeleidend schrijven en de berekeningen.
Bij brief van 22 februari 2023 heeft ACM de mededeling herzien en aangegeven dat bij nader inzien niet vertrouwelijk hoeven te worden behandeld:
 Het rekenbestand ‘WACC_22_08_04’;
 Het rekenbestand ‘WACC inclusief transactiekosten’.
ACM heeft het rekenbestand ‘CoD_2022_08_04’ van een toelichting voorzien.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van Pro de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2. De door de rechter-commissaris te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat onbeperkte kennisname van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkenen voorgestane (markt)strategie.
3. De rechter-commissaris acht de gevraagde beperking van de kennisneming van de invulmodules en het rekenbestand ‘CoD_2022_08_04’gerechtvaardigd. Deze stukken bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens van diverse warmteleveranciers, zo al niet sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze vertrouwelijkheid dient te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekkers van de gegevens zal kunnen leiden. ACM heeft gelet op haar taak om tarieven vast te stellen ook voor de toekomst een groot belang bij de bereidheid van partijen om dergelijke informatie over hun bedrijfsvoering te verstrekken. Het schenden van de vertrouwelijkheid waaronder de gegevens zijn verstrekt zou aan die bereidheid afbreuk kunnen doen.
4. ACM heeft het verzoek om beperking van de kennisneming van het begeleidend schrijven niet toegelicht. Het verzoek om beperking van de kennisneming van dit stuk wordt daarom afgewezen.
5. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent. Appellanten wordt verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken, voor zover zij deze stukken niet kennen, uitspraak doet op het beroep.
6. De rechter-commissaris stuurt de ingediende usb-stick terug aan ACM, omdat de vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke (versie van) stukken op aparte usb-sticks bij het College moeten worden ingediend. De stukken waarvoor de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd wordt geacht, moet ACM binnen twee weken na de verzending van deze beslissing opnieuw aan het College sturen. De andere stukken moet ACM binnen twee weken na de verzending van deze beslissing aan het College en de andere partijen sturen. Voor het versturen van de stukken kan ACM gebruik maken van usb-sticks. Stuurt ACM een of meer stukken niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

Beslissing

De rechter-commissaris:
- beslist dat de beperking van de kennisneming van de invulmodules en het rekenbestand ‘CoD_2022_08_04’ gerechtvaardigd is;
- beslist dat beperking van de kennisneming van het begeleidend schrijven niet gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat alle stukken worden teruggezonden aan ACM;
- verzoekt ACM binnen twee weken na heden de stukken opnieuw te versturen zoals hiervoor onder 6 omschreven;
- verzoekt appellanten om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken waarvoor de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht uitspraak doet op het beroep, voor zover zij deze stukken niet kennen.
Aldus genomen door mr. T. Pavićević, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 7 maart 2023. .
w.g. T. Pavićević w.g. I.C. Hof