ECLI:NL:CBB:2023:314
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen ongegrond wegens niet-tijdig ingediende bezwaarschriften subsidie vaste lasten COVID-19
De minister van Economische Zaken en Klimaat stelde het subsidiebedrag voor [naam 1] B.V. op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 vast op nul euro, waardoor [naam 1] de eerder ontvangen voorschotten moest terugbetalen. [naam 1] diende bezwaarschriften in tegen deze vaststellingsbesluiten, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde [naam 1] beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Zij voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan de terminale ziekte en het overlijden van haar administrateur, het zoeken naar een nieuwe adviseur, en het beheer van de E-herkenningmodule dat nog op naam van de overleden adviseur stond. Tevens stelde zij dat zij als kleine ondernemer afhankelijk was van adviseurs en dat zij in financiële problemen was geraakt door de terugvordering.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijdingen niet verschoonbaar waren. Er was geen bewijs dat de administrateur tegen het einde van de termijn zodanig ziek was dat geen pro forma bezwaar kon worden ingediend. Ook was het niet aannemelijk dat [naam 1] eerder geen bezwaar kon maken. De financiële belangen en de samenhang tussen de twee procedures konden geen reden zijn voor verschoonbaarheid. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van [naam 1] tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren zijn ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.