ECLI:NL:CBB:2023:28
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep veehouder tegen kosten hercontrole Wet Dieren ongegrond verklaard
Een veehouder maakte bezwaar tegen een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgelegde factuur van €405,48 voor een hercontrole op zijn bedrijf in het kader van de Wet Dieren. De hercontrole vond plaats op 16 december 2019 en had tot doel te controleren of aan eerder opgelegde lasten onder dwangsom uit 2018 was voldaan.
De veehouder betwistte de kosten en stelde dat de controle niet gericht was op de naleving van die lasten, maar verband hield met zijn bijzondere positie als melkproducent met koperserkenning, en dat de NVWA hem wilde benadelen.
Het College oordeelde dat op grond van artikel 28 van Pro Verordening (EG) nr. 882/2004 de minister verplicht is om kosten van hercontroles bij de verantwoordelijke in rekening te brengen. De hercontrole was een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving. Er was geen bewijs dat de controle een ander doel had. Daarom mocht de minister de kosten terecht in rekening brengen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de veehouder tegen de kosten van de hercontrole wordt ongegrond verklaard.