ECLI:NL:CBB:2023:245
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetgegevens voor vaststelling subsidie vaste lasten COVID-19
In deze zaak is in geschil of de minister voor de vaststelling van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) terecht is uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2019. De minister had de subsidie voor Q4 2020 vastgesteld op basis van deze omzetgegevens.
De appellant voerde aan dat de omzetgegevens onjuist waren omdat een deel van de omzet van Q4 2019 door een administratieve fout was aangegeven bij het derde kwartaal van 2019. De minister baseerde zich echter op artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL-regeling, waarin is bepaald dat bij ondernemingen die aangifte omzetbelasting doen, de omzetgegevens uit deze aangifte als uitgangspunt dienen.
Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde de appellant dat geen suppletieaangifte was gedaan om de fout te corrigeren. Het College concludeerde daarom dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting voor Q4 2019. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd op 1 mei 2023 mondeling uitgesproken door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. R.W.L. Koopmans.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister heeft terecht de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting gebruikt.