ECLI:NL:CBB:2023:233
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij intrekking subsidie vaste lasten COVID-19
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op 6 juli 2021 een besluit genomen tot intrekking van de subsidie vaste lasten COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2020 en het terugvorderen van een voorschot van €5.200,78, omdat bij de Belastingdienst geen omzetgegevens bekend waren over het referentieperiode. De ondernemer maakte bezwaar tegen dit intrekkingsbesluit, maar dit bezwaar werd op 8 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De ondernemer stelde dat hij aanvullende informatie had verstrekt en dat de minister niet adequaat had gereageerd, waardoor het bezwaar te laat werd ingediend. Ook stelde hij dat hij en zijn gemachtigde de brief van 7 september 2021, waarin werd gevraagd de termijnoverschrijding toe te lichten, niet hadden ontvangen. De minister stelde dat de brief wel was verzonden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
Het College oordeelde dat het bezwaar inderdaad te laat was ingediend en dat de ondernemer geen geldige reden had gegeven om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het feit dat de ondernemer een algemeen bezwaarschrift wilde indienen voor meerdere subsidieperiodes doet hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het intrekkingsbesluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.