ECLI:NL:CBB:2022:724
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ISDE-subsidie voor zonneboilers in verhuurde woningen wegens ontbreken stimulerend effect
Appellant vroeg op 31 december 2020 subsidie aan voor twee zonneboilers die hij had aangeschaft voor woningen die hij verhuurt. De subsidieaanvraag werd afgewezen omdat de zonneboilers al waren aangeschaft voordat de subsidieaanvraag werd ingediend. Verweerder kwalificeerde appellant als zakelijke aanvrager, waardoor de subsidieaanvraag moet voldoen aan het vereiste van het stimulerend effect, zoals voorgeschreven in het Europese steunkader en het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.
Appellant voerde aan dat hij de regeling voor particulieren had gevolgd omdat hij het pand als particulier bezit en dat de volgorde van aanschaf en aanvraag niet van belang is voor het vergroenen van gebouwen. Ook stelde hij dat verweerder te rigide handelde en hem geen mogelijkheid gaf om de fout te herstellen.
Het College oordeelde dat appellant door het verhuren van woningen een economische activiteit uitoefent en dat daarom de subsidieaanvraag als zakelijke aanvraag moet worden beoordeeld. De regeling en het Europese recht laten geen afwijking toe van de volgorde eerst aanvragen en dan aanschaffen. Omdat de zonneboilers al waren aangeschaft vóór de aanvraag, ontbreekt het vereiste stimulerend effect en is de afwijzing terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ISDE-subsidie wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van het stimulerend effect.