Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2022 op het hoger beroep van:
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant,
Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau(KCB),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant werd door het tuchtgerecht van het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) veroordeeld wegens het vervoeren en verhandelen van afgekeurde partijen appelen zonder deze vooraf terug te melden aan KCB, zoals voorgeschreven in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. Het tuchtgerecht legde een geldboete op wegens doelbewust handelen en het belemmeren van controles.
Appellant stelde in hoger beroep dat de traceerbaarheidsregels onnodig en onnavolgbaar zijn, dat KCB een overbodige instantie is en dat het tuchtgerecht partijdig zou zijn. KCB verweerde zich met het standpunt dat de overtredingen vaststaan en dat de regels noodzakelijk zijn voor de handel en kwaliteitscontrole.
Het College oordeelde dat de overtredingen vaststaan omdat appellant de verplichting tot terugmelding niet is nagekomen. Het standpunt van appellant over de nutteloosheid van de regels werd verworpen en het vermoeden van partijdigheid van het tuchtgerecht was ongegrond. De opgelegde boete werd passend bevonden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en de opgelegde geldboete bevestigd.