ECLI:NL:CBB:2022:560
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen subsidies vaste lasten COVID-19
Appellante heeft subsidieaanvragen ingediend voor de vaste lasten financiering COVID-19 over het tweede, derde en vierde kwartaal van 2021. De minister van Economische Zaken en Klimaat wees deze aanvragen af, waarna appellante bezwaar maakte. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn op de bezwaarschriften besliste, stelde appellante beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en verzocht zij om een dwangsom.
Het College oordeelt dat appellante niet eerst verweerder in gebreke heeft gesteld, wat een vereiste is volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voordat beroep kan worden ingesteld bij niet-tijdig beslissen. Appellante voerde aan dat zij redelijkerwijs niet kon worden verlangd om een ingebrekestelling te sturen vanwege een spoedeisende situatie veroorzaakt door een verkoopovereenkomst met opschortende voorwaarde.
Het College volgt dit betoog niet en stelt dat de spoedeisendheid onvoldoende is om de ingebrekestelling achterwege te laten. Appellante had tijdig ingebrekestellingen kunnen sturen en zo vóór de notariële levering in september 2022 duidelijkheid kunnen verkrijgen. Bovendien heeft zij zelf de spoedeisendheid veroorzaakt door het sluiten van de koopovereenkomst terwijl de beslistermijnen nog liepen.
Daarom verklaart het College de beroepen niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een dwangsom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.