ECLI:NL:CBB:2022:22
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken vanggewas voor vergroeningsbetaling GLB 2019
Appellante verzocht om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling voor 2019 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Voor perceel 24 werd een vanggewas ingezaaid met Engels raaigras, met uiterste inzaaidatum 15 oktober 2019.
Verweerder stelde bij het primaire besluit vast dat perceel 24 geen ecologisch aandachtsgebied vormde omdat geen vanggewas zichtbaar was in oktober en november 2019, hetgeen werd bevestigd door satellietbeelden en teledetectierapporten. Verweerder handhaafde dit standpunt bij het bestreden besluit.
Appellante voerde in beroep aan dat uit een grafiek van www.groenmonitor.nl en screenshots biomassa op perceel 24 bleek, maar verweerder weerlegde dit met aanvullende satellietbeelden en stelde dat het gebruikte zaaizaadmengsel niet voldeed aan de eis van een mengsel van gewassoorten.
Het College oordeelde dat verweerder terecht geen oppervlakte voor het ecologisch aandachtsgebied had toegekend omdat er geen zichtbaar vanggewas was in de relevante periode. De door appellante overgelegde gegevens waren onvoldoende om dit te weerleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen zichtbaar vanggewas aanwezig was op perceel 24 in oktober en november 2019.