ECLI:NL:CBB:2022:181

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
21/1241
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

Appellante stelde in verzet dat de coronapandemie had geleid tot onzekerheid en stress, en dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zelf ook regelmatig termijnen overschreed, waardoor zij om coulance verzocht. Het College oordeelde dat deze omstandigheden geen geldige verontschuldiging vormen voor de overschrijding van de beroepstermijn.

Het verzet is daarom ongegrond verklaard, waardoor het beroep niet inhoudelijk is behandeld en de zaak is beëindigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/1241

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2022 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] , appellante

(gemachtigde: C. Schenk)

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2021.
Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 maart 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. Het staat vast dat de laatste dag van de beroepstermijn 20 augustus 2021 was. Het staat ook vast dat het beroepschrift op 22 oktober 2021 is ontvangen en dus te laat is ingediend.
3. Appellante heeft in verzet naar voren gebracht dat door de coronapandemie sprake was van onzekerheid, onwetendheid en stress. Zij verzoekt daarom om coulance. Ook heeft zij er opnieuw op gewezen dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, door de grote drukte, in het verkeer met appellante zelf ook regelmatig termijnen overschrijdt. Zij verzoekt om niet met twee maten te meten. Het College ziet hierin geen verontschuldiging voor het overschrijden van de beroepstermijn met twee maanden. Van meten met twee maten is geen sprake. De wet (artikel 6:11 van Pro de Awb) verplicht het College tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep als de termijn is overschreden en die overschrijding niet verschoonbaar is.
4. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
D.A. Bohlmeijer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 19 april 2022.
w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer