ECLI:NL:CBB:2022:1
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling ISDE-subsidieaanvraag wegens niet tijdig doorzenden door SEEH-beoordelaars
Appellant diende op 10 mei 2020 een subsidieaanvraag in onder de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH), inclusief bijlagen met betrekking tot een warmtepomp. Hoewel appellant aanvankelijk niet voor de warmtepomp in aanmerking kwam onder SEEH, had hij op 5 september 2020 een ISDE-aanvraag ingediend. Deze werd afgewezen wegens te late indiening, omdat de aanvraag niet binnen zes maanden na installatie van de warmtepomp was ingediend.
Appellant voerde aan dat hij vertrouwde op zijn eerdere SEEH-aanvraag en dat het de verantwoordelijkheid van de beoordelaars was om de aanvraag door te sturen naar de juiste regeling. Verweerder stelde dat het aan appellant was om de juiste regeling te kiezen en dat de aanvraag terecht was afgewezen.
Het College oordeelde dat uit de bijlagen en aanvraag duidelijk bleek dat appellant ook subsidie voor een warmtepomp wilde aanvragen. De beoordelaars van de SEEH-aanvragen hadden de aanvraag dan ook moeten doorsturen naar de ISDE-beoordelaars volgens artikel 2:3 Awb Pro. Het niet tijdig doorsturen leidde tot vertraging waarvoor appellant niet kan worden aangesproken.
Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de ISDE-aanvraag wordt beoordeeld uitgaande van de datum van de SEEH-aanvraag. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot herbeoordeling binnen zes weken.