ECLI:NL:CBB:2021:903
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens juiste fosfaatrechttoekenning aan vleesvee en stierkalveren
Appellante, exploitant van een vleesveehouderij en zoogkoeienbedrijf, stelde dat fosfaatrechten ten onrechte niet waren toegekend aan 24 stierkalveren en 55 runderen die minstens eenmaal hadden gekalfd. Zij betoogde dat deze dieren als melkvee moesten worden aangemerkt en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
Verweerder stelde dat de betreffende dieren correct waren geregistreerd als vleesvee (categorie 120) en dat fosfaatrechten alleen worden toegekend aan melkvee zoals gedefinieerd in de Meststoffenwet. Appellante kon niet aannemelijk maken dat de registratie onjuist was of dat de stierkalveren werden gehouden voor de melkveehouderij.
Het College oordeelde dat de registratie op de peildatum leidend is en dat de dieren van appellante correct als vleesvee waren geregistreerd. De stierkalveren vielen niet onder de definitie van melkvee en er was geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Wel stelde het College vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden, waardoor appellante recht had op een schadevergoeding van €1.000. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €374.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.