ECLI:NL:CBB:2021:849
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs van geleden schade na onrechtmatig fosfaatrechtbesluit
Verzoekster, een maatschap, had bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van de minister van Landbouw waarin haar fosfaatrecht was vastgesteld. Dit primaire besluit werd later herroepen en vervangen door een besluit waarbij het fosfaatrecht hoger werd vastgesteld. Verzoekster stelde dat zij schade had geleden doordat zij haar melkveestapel had aangepast aan het lagere fosfaatrecht, wat leidde tot minder melkproductie en het afvoeren van jongvee. Zij baseerde haar schadeberekening op een hypothetische leaseprijs van fosfaatrechten.
De minister wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat er geen causaal verband bestond tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade, en dat verzoekster onvoldoende bewijs had geleverd van daadwerkelijke schade. Het College bevestigde dat het primaire besluit onrechtmatig was, maar oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk schade had geleden. De gestelde schade was hypothetisch en niet onderbouwd met feitelijke gegevens over melkproductie of afvoer van jongvee.
Het College concludeerde dat de stelplicht en bewijslast bij verzoekster lagen en dat zij niet had voldaan aan deze verplichting. Ook de berekening op basis van leaseprijzen werd verworpen omdat verzoekster geen fosfaatrechten had geleased. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke schade door het onrechtmatige fosfaatrechtbesluit.