Appellante, een MKB-onderneming met SBI-code voor cafés, had een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL). Verweerder wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat de forfaitaire vaste lasten minimaal € 4.000 moesten bedragen, terwijl appellante stelde dat haar werkelijke vaste lasten € 6.357 bedroegen.
Het College overwoog dat de regeling bewust een forfaitair systeem hanteert waarbij vaste lasten worden berekend als een percentage van de omzet, gekoppeld aan de SBI-code, en dat hiervan niet kan worden afgeweken. Hoewel appellante hogere werkelijke vaste lasten had, kan de rechter deze keuze van de regelgever niet toetsen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de TVL-regeling strikt volgens het forfaitaire systeem wordt toegepast, ook als dit nadelig uitpakt voor individuele ondernemingen.