ECLI:NL:CBB:2021:81
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra betaling jonge landbouwers wegens eerder opgericht landbouwbedrijf
Appellante, een landbouwvennootschap, verzocht om een extra betaling voor jonge landbouwers voor de jaren 2015-2018. Verweerder wees dit af omdat de vrouw, vennoot van appellante, reeds in 2010 een landbouwbedrijf als bedrijfshoofd had opgericht.
Appellante betwistte dit en stelde dat de activiteiten in 2010-2011 niet bedrijfsmatig waren en niet als landbouw konden worden gekwalificeerd. Zij verwees naar het feit dat er geen opbrengsten waren en dat het bedrijf niet van de grond kwam, mede door ziekte van de vrouw.
Verweerder baseerde zijn besluit op het uittreksel van de Kamer van Koophandel, een pachtovereenkomst uit 2010, een subsidieaanvraag en verklaringen van de man en vrouw. Het College oordeelde dat deze gegevens voldoende bewijs vormen dat de vrouw vanaf 2010 een landbouwbedrijf exploiteerde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de extra betaling jonge landbouwers wordt ongegrond verklaard omdat de vrouw eerder een landbouwbedrijf had opgericht.